Denk je aan zelfdoding?
Heb je nu hulp nodig?

Denk je aan zelfdoding?

Lees hier het verhaal van:

Mercedes Stalenhoef

‘We moeten leren om in alle openheid te praten over gedachten en gevoelens’

Documentairemaakster Mercedes Stalenhoef maakte een film over de rouwverwerking van een gezin dat hun zoon en broer verliest door suïcide. Tweeëneenhalf jaar volgt ze familie en vrienden van Arie. Ze hoopt dat de film aanspoort om een gesprek over suïcide op gang te brengen. “Praten over wat je echt voelt kan zo bevrijdend zijn.”

Op 22-jarige leeftijd komt de ogenschijnlijk onbezorgde Arie om het leven door zelfdoding. Hij loopt stage op de grote vaart en over de donkere gedachten die hem op zee overvallen, heeft hij nooit iets gezegd. De eenzaamheid die hij voelt en hoe hij plannen maakt om zichzelf te doden, lezen zijn ouders en broertje later in zijn afscheidsbrief.

 

Documentairemaakster Mercedes Stalenhoef volgt het gezin vanaf de uitvaart tot tweeënhalf jaar daarna om een film te maken over het leven van Arie en het gezin dat achterblijft. “Ik trof het gezin van Arie midden in die enorme crisis,” vertelt Stalenhoef. “De familie wilde meewerken aan de film. Hun situatie was zo kwetsbaar, dat ik steeds heb gezegd: als jullie je bedenken, dan stoppen we met het maken van de film.”

 

Maar het gezin vindt het juist helpend dat Stalenhoef er is om deze documentaire te maken. Ze praten met elkaar over de gesprekken die ze met haar voeren en dat brengt de gezinsleden dichter bij elkaar. Ook hopen ze dat de film over Arie anderen kan helpen die met zelfdoding of de gedachte eraan te maken krijgen.

 

Verkeersongeluk
Naast haar missie om het gesprek over suïcide op gang te brengen, heeft ze een zeer persoonlijke reden voor het maken van deze film. “Op mijn veertiende overleefde ik zelf een suïcidepoging,” vertelt ze. “Het leek een verkeersongeluk. Zelfs mijn ouders hebben dat altijd gedacht. Aan niemand durfde ik te vertellen dat ik zo ongelukkig was dat ik een einde aan mijn leven had willen maken.”

 

“Het heeft best lang geduurd voordat ik blij was dat ik nog leefde. Ik werd als kind ernstig gepest, dat was een belangrijke oorzaak voor mijn suïcidepoging. Dat pesten ging daarna ook gewoon door, dus ik dacht niet: ‘oh, gelukkig ik ben er nog’. De confrontatie met de dood, zet Stalenhoef wel aan het denken. “Nu heb ik het overleefd, dacht ik, dus nu moet ik wat met mijn leven. Wat kan ik doen om het zinvol te maken?” Als het pesten op een dag uit de hand loopt valt er bij haar een kwartje. “Ik begon me af te vragen waarom ze juist mij moesten hebben en ik besefte dat niet alles aan de buitenwereld ligt, maar ook aan mijn eigen houding. Vanaf toen ben ik me minder als slachtoffer gaan opstellen. Ik ben gaan werken aan mijn zelfvertrouwen en durfde meer te vertellen wat mij dwars zat.”

 

Bevrijdend
Door haar eigen ervaring is Stalenhoef ervan overtuigd wat er moet gebeuren om suïcide terug te dringen. “Ik vind dat kinderen les moeten krijgen in sociale vaardigheden. En dat we in alle openheid leren praten over gedachten en gevoelens. Daar moeten we al mee beginnen op de basisschool. Want blijkbaar is praten over wat je dwars zit toch ingewikkeld. Terwijl een gesprek over wat je echt voelt juist zo bevrijdend kan zijn. Met deze film wil ik een opening geven om dat gesprek te starten.”

 

Mijn Grote Broer is al op veel plekken vertoond en vol lof ontvangen. Het publiek vindt vaak troost in deze film. Mensen putten kracht uit dit verhaal, want voor velen die komen kijken is het herkenbaar. Ze denken aan hun eigen suïcidale gedachten of aan mensen in hun omgeving waardoor ze met suïcide te maken hebben.”

 

Andere schoenen
Door het maken van deze film is Stalenhoef in andere schoenen gaan staan. “Stel dat mijn suïcidepoging was gelukt, dan zouden mijn ouders hebben meegemaakt wat deze ouders meemaken. Ik heb daar lange tijd gewoon niet aan gedacht. Zelfs toen ik ouder was, keek ik naar mijn suïcidepoging als kind: een poging die was mislukt, zonder aan het verdriet van mijn ouders te denken. Dat vond ik een pijnlijke gedachte. Daarom vind ik het nu een fijn idee dat ik lotgenoten kan steunen met deze film. Ik sta nu in de schoenen van een volwassene.”

 

Mijn Grote Broer laat het leven van Arie zien, met een aantal gebeurtenissen die zorgden voor beginnende depressieve gevoelens. Er is niet één oorzaak aan te wijzen waarom hij uit het leven stapte. Doordat hij niet over zijn gevoelens sprak, leefde hij twee levens. Zijn broertje Gijs doet het anders. “Als een gezinslid uit het leven stapt, zie je vaak dat de mensen die achterblijven zich ook gaan afvragen wat hun leven zinvol maakt. Wanneer Gijs denkt dat hij zelf ook depressief is, zoekt hij professionele hulp, praat erover en heeft daar baat bij. Het is een mooi voorbeeld van hoe praten helpt.”

 

Uitzichtloos
De belangstelling voor de film is groot, heeft Stalenhoef gemerkt. Waar zij op hoopte gebeurt ook: de documentaire wordt ingezet om het gesprek te starten. De gemeente Amsterdam organiseerde in de Bijlmer een themabijeenkomst om binnen verschillende culturen te praten over suïcide. De film is vertoond bij bijeenkomsten van de GGD, op universiteiten, binnen lotgenotengroepen en bij uitvaartondernemingen.

 

Ook binnen de scheepvaart heeft haar documentaire gedraaid. “Die jongens zitten vanaf hun 16de vele maanden op zee voor hun stage. Ze leren hoe je sleutelt aan zo’n schip. Maar waarom praat niemand over hoe je je voelt als het stormt, als je zeeziek bent of je je familie mist?” vraagt Stalenhoef zich af. Ze vraagt aan verschillende bemanningsleden of ze er weleens aan hebben gedacht om over boord te springen. “Allemaal gaven ze hetzelfde antwoord: ja. Eenzaamheid en zwaarmoedigheid steken de kop op als je niet praat over je gevoel en persoonlijke problemen. Dan denk ik: gebruik die film maar, en leer praten over wat je voelt. Ik ben ervan overtuigd dat dat helpt.”

 

Mijn Grote Broer is op zondag 3 september om 20:25 uur te zien op NPO 2

 

Over de Wereld Suïcide Preventie Week

Van 4-10 september 2023 is het Wereld Suïcide Preventie Week. In deze week vragen we extra aandacht voor suïcidepreventie. Dat doen we niet zomaar: in 2022 maakten 1.916 mensen een einde aan hun leven, dat zijn gemiddeld 5 suïcides per dag. Elke zelfdoding raakt ongeveer 135 mensen. Reken maar uit: dat zijn bijna 250.000 mensen, meer dan het aantal inwoners van de stad Eindhoven. Suïcide raakt ons allemaal. Help mee om het aantal suïcides omlaag te krijgen en kijk op www.samenmindersuicide.nl.

wereld suïcide preventie week

4 - 10 september

Inzetten van universele preventielessen door peers

Kent u jongvolwassenen die nabestaanden zijn van zelfdoding?

Dan kunt u hen wijzen naar www.stilgeweest.nl of www.toenwashetstil.nl. Deze websites bieden informatie en verhalen van jongeren en volwassenen die lotgenoten zijn. Ze behandelen rouw na zelfdoding, zodat nabestaanden zich minder alleen voelen. Uiteindelijk heeft dit een (bewezen) preventieve werking op verdere zelfdodingen.

Inzetten van selectieve preventieprogramma's

Ook kunt u als school bijdragen door een van onderstaande programma’s te implementeren. Sommige programma’s zijn eenvoudiger te implementeren dan anderen. Zo vraagt STORM meer tijd, maar u kunt wel alvast starten met een aantal onderdelen van het programma.

  • STORM is een wetenschappelijk onderbouwde, preventieve aanpak die tot doel heeft een depressie of suïcide bij jongeren vóór te zijn 
  • Geestkracht is gericht op het ondersteunen van jongeren met een psychische kwetsbaarheid
  • MAZL van NCJ richt zich op de jongeren die frequent verzuimen op het MBO

Hulp inkopen en beschikbaar stellen

Als (grote) werkgeversorganisatie kunt u afspraken maken met instanties die laagdrempelige toegang tot psychologen geven. Wanneer een jongvolwassen medewerker mentale problemen ervaart, kan deze laagdrempelige zorg mogelijk voldoende zijn of de wachtlijstperiode tot de reguliere zorg overbruggen. Het kan gaan om specifieke trainingen, zoals examentraining, of individuele begeleiding.

Aansluiten bij de communicatiemiddelen van de doelgroep

Als zorginstelling kunt u bijdragen door aan te sluiten bij de communicatiemiddelen van de doelgroep. Maak bijvoorbeeld gebruik van:

Inzetten van overbrugging van wachttijd

Als iemand met suïcidale gedachten aanklopt voor hulpverlening is er vaak een wachttijd voor de behandeling kan beginnen. Maar het risico van wachten en niets doen is groot.  Als gemeente kunt u helpen de wachttijd te overbruggen door een contract sluiten met de Eigen Kracht Centrale en dit bekend te maken bij zorgprofessionals. De Eigen Kracht Centrale helpt mensen in moeilijke situaties om de eigen regie te pakken door met hun netwerk een plan te maken.

Jongvolwassenen kunnen ook gewezen worden op de WachtVerzachter. Dat is een organisatie die zich inzet voor mensen die in afwachting zijn van psychische hulp. Tot nu toe in Dronten, Utrecht en Lelystad (17+ jaar) en in Kampen en Eindhoven (18- jaar). Zij worden direct gekoppeld aan een ervaringsdeskundige die hun situatie (h)erkent. Jongvolwassenen kunnen meteen aan de slag in een veilige omgeving waarin niets hoeft en alles mag. Daarnaast worden er diverse activiteiten georganiseerd gericht op ontmoeting, ontspanning en verdieping. 

Inzetten van de leidraad: suïcidepreventie jongeren, een netwerkbrede werkwijze in het gehele zorgdomein

Als zorgorganisatie kunt u bijdragen door de ‘leidraad suïcidepreventie jongeren, een netwerkbrede werkwijze’ te implementeren (zowel geldig voor 18- als 18+). U kunt onder andere:
  • Alle professionals een suïcidepreventie training laten volgen en voldoende tijd geven voor reflectie
  • Samen met alle cliënten die kampen met suïcidaliteit een GEZAMENLIJK signaleringsplan en veiligheidsplan maken
  • Naasten actief betrekken
  • In domeinoverstijgende netwerken samenwerken
  • Bij alle cliënten suïcidaliteit inventariseren

Behandeling richten op zowel de suïcidaliteit als de onderliggende problematiek. Bij de leidraad zijn handreikingen verschenen over:

Bieden van handvatten aan onderwijsinstellingen voor beleid rond suïcidepreventie

Als onderwijsinstelling kunt u bijdragen door te zorgen dat er een suïcidepreventie- en postventieprotocol is. Bekijk de materialen die specifiek zijn ontwikkeld om onderwijsinstellingen hierin te ondersteunen.

Doen van verder onderzoek gericht op het identificeren van de risicogroepen

U kunt bijdragen door zich bewust te zijn van de risicofactoren en extra alert te zijn bij de jongeren en jongvolwassenen die binnen de risicogroep vallen. Welke onderzoeken zijn relevant?

Inzetten van Gatekeepertraining in de organisatie*

U kunt bijdragen door zoveel mogelijk mensen in uw organisatie die contact hebben met jongvolwassenen op te leiden als gatekeeper. Bekijk het trainingsaanbod voor gatekeepers van 113 Zelfmoordpreventie.

Verwijzen naar website voor jonge nabestaanden van zelfdoding

U kunt bijdragen door het gesprek aan te blijven gaan met jongvolwassenen die iemand hebben verloren aan zelfdoding. U kunt ze onder andere verwijzen naar de website Stilgeweest, gericht op jonge nabestaanden van zelfdoding

Versterken en verspreiden van hoopgevende verhalen via (sociale) media

Houd Moed is een online platform voor iedereen die te maken heeft (gehad) met zelfdoding. Het platform publiceert hoopvolle verhalen van mensen die ooit kampte met suïcidaliteit. U kunt bijdragen door Houd Moed te verspreiden onder jongvolwassenen.

Vergroten van vindbaarheid laagdrempelige (online) organisaties

U kunt bijdragen door laagdrempelige organisaties bekend te maken bij jongvolwassen en initiatieven in de regio op te zetten of te ondersteunen.

  • Brainwiki en jongerenhulp online geven een overzicht van laagdrempelige online organisaties, gericht op diverse problemen
  • De inloopalliantie is een samenwerkingsverband van diverse organisaties die een landelijke dekking willen organiseren met laagdrempelige inloopmogelijkheden waar jongeren hun mentale gezondheid kunnen versterken
  • Laagdrempelige contactpunten kunnen ook gericht zijn op alle jongvolwassenen, zoals bijvoorbeeld Campus Uden, of specifiek op jongvolwassenen met suïcidaliteit, zoals bijvoorbeeld Letztalk.Online.
  • Wilt u weten welke initiatieven er in uw gemeente zijn? Neem dan contact op met het wijkteam in uw gemeente

Meedoen aan publiekscampagnes gericht op het doorbreken van het taboe om te praten over zelfdoding

U kunt bijdragen door deze campagnes te verspreiden, bekend te maken of aan te sluiten:

Inzetten van e-learning en online training in gesprek met jongeren/jongvolwassenen*

In de gratis online VraagMaar-training leren deelnemers hoe ze het gesprek met een jongere kunnen voeren over gedachten aan zelfdoding en daarmee mogelijk iemand kunnen helpen. U kunt bijdragen door de training te volgen en te verspreiden. Bijvoorbeeld door ouders van jongvolwassenen en anderen die in contact komen met jongvolwassenen te vragen de training te volgen. 

Voor onderwijsprofessionals, sociaal werkers, etc. die werken met jongeren tussen ongeveer 11 en 18 jaar en ook aandacht willen besteden aan seksuele en genderdiversiteit, is er de e-learning Weet jij hoe het ècht gaat met de jongeren in jouw dagelijkse werk? Uit onderzoek blijkt dat namelijk LHBTI-jongeren veel vaker kampen met depressie dan hun heteroseksuele en cisgender leeftijdsgenoten. 

Vergroten van veiligheid op sociale media

U kunt bijdragen door meer awareness te creëren over de voor- en nadelen van sociale media.

Inzetten van universele preventielessen

U kunt bijdragen door als school, gemeente of (sport)organisatie algemene preventielessen te geven aan jongeren. Enkele organisaties die dit aanbieden zijn:

  • Het lespakket Je Brein de Baas is een lespakket voor jongeren van 11 t/m 19 jaar in het voortgezet onderwijs. En gaat over Stress onder controle, Makkelijker Leren en Gelukkig in de groep.
  • YETS zet basketbal in om kwetsbare jongeren van 12 t/m 18 jaar te begeleiden naar een positieve rol in hun gemeenschap. Via drie pijlers: sport, onderwijs en sociale integratie. Om maatschappelijke uitval te voorkomen.
  • De leesinterventie Lief, Liever, Liefst bestaat uit een kant-en-klaar lespakket voor tweede- en derdeklassers van het voortgezet onderwijs. Het pakket zet leerlingen aan het denken over seksuele- en genderdiversiteit, past binnen het vak Nederlands en voldoet aan de kerndoelen ervan.
  • Braive@School geeft universele lessen op scholen over mentale gezondheid. Ook delen zij lessen op instagram
  • Onbesproken heeft diverse podcasts over mentale gezondheid
  • De online grip op je dip cursus biedt handvatten om uit een dip te komen
  • Een programma over sociale media vanuit Kikid
  • Het Trimbosinstituut biedt een overzicht van beschikbare interventies en de effectiviteit. Dit overzicht komt wel uit 2016, waardoor deze niet geheel volledig is. Zie bladzijde 10 en 11
  • Op de site van Gezonde School kunt u interventies selecteren over welbevinden voor jongeren op diverse schooltypes.
  • Het programma ‘Bovenkamer van museum van de geest’ leert jongeren inzicht te krijgen in hun gedachtenpatronen en gevoelens middels digitale games.
  • Het Rots en Water programma richt zich op leerlingen van 9 tot en met 18 jaar op diverse schooltypes. De methode gaat om het bevorderen van een positieve ontwikkeling van sociale en emotionele competenties. Het doel is dat leerlingen zichzelf leren kennen en leren omgaan met de ander op een positieve manier.
  • Strijkplank poëzie nodigt jonge mannen uit om te praten over hun gevoelens. Ze doen dat via voorstellingen en hebben een boek geschreven.
  • De taboedoorbrekende voorstelling ‘Hee, ben je oké?’ voor 16+ gaat over depressie. Aansluitend praat de artiest met jongeren na over hun mentale gezondheid. Samen met een lokale welzijnsorganisatie.     

Meedoen aan publiekscampagnes gericht op algemene mentale thema's, zoals eenzaamheid, geldzorgen, prestatiedruk

U kunt bijdragen door campagnes gericht op jongvolwassenen te verspreiden, bekend te maken of aan te sluiten. Enkele campagnes zijn:

Download het workshopmateriaal

Download het workshopmateriaal

Download het workshopmateriaal

wie ben jij?